Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBNNE:2015:866
Rechtbank Noord-Nederland, 18.082322-14

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zijn deel van overeenkomsten, de betaling, steeds niet volledig is nagekomen, hetgeen een gevolg lijkt te zijn van een slechte financiële positie.

Daarmee staat echter niet vast dat verdachte van meet af aan van plan was (juridisch geformuleerd: het oogmerk had) de overeenkomsten niet na te komen. Hooguit kan gezegd worden dat verdachte als ondernemer verkeerde keuzes heeft gemaakt en te lang bleef vertrouwen op een goede afloop. Het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling op het moment van het aangaan van de overeenkomsten, kan naar het oordeel van de rechtbank niet uit de bewijsmiddelen volgen. Dat verdachte er - achteraf bezien – wellicht beter aan had gedaan deze overeenkomsten niet te sluiten kan niet leiden tot het oordeel dat hij aangevers heeft opgelicht. Van oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, zodat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug